De wielen
De wielen dragen de wagen. Omdat de zwaarbeladen oogstwagens vaak over onverharde wegen en oneffen akkers reden, moesten de wielen bestand zijn tegen kuilen en zware schokken.
Aan deze omstandigheden dankt het wiel zijn parapluachtige vorm. Wanneer het wiel in een kuil reed, kwamen de dragende spaken in een loodrechte stand te staan waardoor de schok beter door het wiel kon worden opgevangen.
Samen met de ijzeren hoepel waarin het wiel is opgesloten, zorgt de bijzondere vorm er ook voor dat in zo'n geval de naaf niet door het wiel gedrukt wordt.
Het wiel bestaat uit een naaf, een dom, spaken, velgdelen, een ijzeren hoepel, een as- of naafbus en assen.

