De wielen

De wielen dragen de wagen. Omdat de zwaarbeladen oogstwagens vaak over onverharde wegen en oneffen akkers reden, moesten de wielen bestand zijn tegen kuilen en zware schokken.

Aan deze omstandigheden dankt het wiel zijn parapluachtige vorm. Wanneer het wiel in een kuil reed, kwamen de dragende spaken in een loodrechte stand te staan waardoor de schok beter door het wiel kon worden opgevangen.

Samen met de ijzeren hoepel waarin het wiel is opgesloten, zorgt de bijzondere vorm er ook voor dat in zo'n geval de naaf niet door het wiel gedrukt wordt.

Het wiel bestaat uit een naaf, een dom, spaken, velgdelen, een ijzeren hoepel, een as- of naafbus en assen.

 

Image

1. De naaf

naaf-3

Afbeelding 1 van 15

De naven worden verlijmd.

2. De spaken

spaken-4

Afbeelding 3 van 8

De spaakpennen worden aangezaagd.

3. De velg

velg

Afbeelding 1 van 10

De velgdelen worden volgens een vooraf gemaakte mal afgeschreven.

4. De hoepel

hoepels-1

Afbeelding 1 van 13

De hoepel wordt in de juiste ronding gebogen.

5. De asbus

asbus-1

Afbeelding 1 van 10

Het asbusgat wordt op de benodigde maat van de asbus uit geruimd.